Wedstrijdregelement


FNRS WEDSTRIJDREGLEMENT

RUITERCLUB PIJNACKER

Juli 2019


Artikel 1: Aankleding van ruiter & paard

 1.1 Veiligheidshoofddeksel

Het dragen van een cap is verplicht, zowel bij het losrijden als bij het rijden van de proef.

De cap dient CE-EN 1384 gekeurd te zijn.


1.2 Kledingvoorschriften

1.2.1. Toegestane tenues

Tijdens het deelnemen aan een wedstrijd, zijn de volgende tenues toegestaan:

  • Compleet (officieel) wedstrijdtenue, bestaande uit: rijjasje; plastron/stropdas; witte blouse; witte handschoenen; witte rijbroek.
  • Manegetenue, bestaande uit: Manegesweater; zwarte of witte rijbroek.

1.2.2. Het dragen van handschoenen

Wanneer een ruiter het officiële wedstrijdtenue draagt, is deze verplicht om witte handschoenen te dragen. Bij het manegetenue zijn handschoenen niet verplicht, maar wel toegestaan.
In beide gevallen mogen het uitsluitend witte handschoenen zijn.

1.2.3. Schoeisel

Tijdens het deelnemen aan een wedstrijd, is het volgende schoeisel toegestaan:

  • Rubberen of leren rijlaarzen (met en zonder veters en/of rits).
  • Jodhpurschoenen in combinatie met minichaps (zonder franjes).


1.3 Gebruik van zweep & sporen

1.3.1. Zweep

Tijdens dressuurwedstrijden gelden de volgende maximale lengtes van de zweep:

  • Karwats: 75 cm inclusief slag.
  • Dressuurzweep voor pony’s: 100 cm inclusief slag.
  • Dressuurzweep voor paarden: 130 cm inclusief slag.

1.3.2. Sporen

Het gebruik van sporen tijdens de wedstrijd is alleen toegestaan met toestemming van de wedstrijdleiding en/of de manegehouder. Op manegepaarden/pony’s zijn sporen niet toegestaan.

1.3.3. Overmatig of verkeerd gebruik van zweep of sporen

Overmatig of verkeerd gebruik van zweep/karwats en/of sporen wordt bestraft met een waarschuwing. Na één waarschuwing volgt uitsluiting.

 

1.4 Optomen van het paard

1.4.1 Zadel & Hoofdstel

Het paard dient te zijn opgetoomd met een deugdelijk, goed passend en in behoorlijke staat van onderhoud verkerend zadel, hoofdstel en bit (trens-optoming).

Het gebruik van een (wit) wedstrijddekje is toegestaan, mits deze goed past. Wedstrijddekjes dienen dan wel zelf te worden meegenomen. Er mag geen gebruik gemaakt worden van witte wedstrijddekjes van de manege zonder toestemming. Voor het gebruiken van eigen wedstrijddekje eerst altijd toestemming vragen aan de wedstrijdorganisatie.

 1.4.2 Beenbeschermers & hulpteugels

Beenbeschermers en hulpteugels (mits goed afgesteld), zijn alleen toegestaan met toestemming van Het wedstrijdsecretariaat/paardenverzorging

Vanaf proef F12 is de martingaal (mits goed afgesteld) de enige toegestane hulpteugel.

 1.4.3. Overmatig of verkeerd gebruik van teugels

Overmatig of verkeerd gebruik van (hulp) teugels wordt bestraft met een waarschuwing. Na één waarschuwing volgt uitsluiting.

 

Artikel 2: Het ruiterpaspoort

 2.1 Gebruik van het ruiterpaspoort

Ruiters die deelnemen aan de FNRS-wedstrijd dienen voor het rijden van de proef hun geldige ruiterpaspoort in te leveren bij het wedstrijdsecretariaat.

2.2 Geldigheid van het ruiterpaspoort

Het ruiterpaspoort is vanaf de aanvraagdatum voor 1 jaar geldig.

Na het eerste jaar is het ruiterpaspoort geldig vanaf het plaatsen van de jaarzegel voor het nieuwe jaar en nadat de wedstrijdleiding de stempel van de rijvereniging over de jaarzegel heeft geplaatst. De jaarzegel is af te halen bij instructie of evenementen commissie lid met betalingsbewijs. Zonder geldige jaarzegel kan de ruiter alleen BM starten.

2.3 Registratie in het ruiterpaspoort

Wanneer een ruiter een promotiepunt heeft behaald, dient het wedstrijdsecretariaat de desbetreffende proef af te stempelen in het ruiterpaspoort.
Indien een ruiter een theorietoets heeft behaald, wordt dit tevens door het wedstrijdsecretariaat in het ruiterpaspoort geregistreerd.

 

Artikel 3: Proef versies & instromen

3.1 Versies

  • Vanaf april 2017 worden voor de proeven F1 t/m F12 de proeven gereden bijbehorend bij de bronzen ruiteropleiding.
  • Vanaf oktober 2017 worden voor de proeven F13 t/m F15 de proeven gereden bijbehorend bij de zilveren ruiteropleiding.
  • Iedere proef heeft een A en B versie, de wedstrijdleiding bepaalt welke versie wordt gereden. Dit wordt op de startlijst aangeduid.

3.2 Instromen

3.2.1. Nieuwe ruiters

Nieuwe ruiters mogen uitsluitend instromen in de proeven F1 tot en met F12.

Iedere ruiter die wilt instromen, dient dit te overleggen met de instructie. In overleg met de instructie zal de ruiter in de juiste proef instromen.

3.2.2. Reeds geregistreerde ruiters

Ruiters die eerder op een andere manege hebben meegedaan aan FNRS-wedstrijden, stromen in op het niveau waar zij op dat moment zijn gebleven. Indien dit niveau hoger is dan de F6, dient dit aangegeven te worden bij het wedstrijdsecretariaat.

 

Artikel 4: Promovering, diploma’s & theorietoetsen

4.1 Promovering

4.1.1. Behalen van promotiepunten

  • < 209: geen promotiepunt
  • > 210: 1 promotiepunt

4.1.2. Promovering naar een hogere klasse

Wanneer een ruiter binnen een klasse het benodigd aantal promotiepunten heeft behaald, dan promoveert deze naar de volgende klasse.

De promovering vindt plaats bij het volgende aantal promotiepunten:

  • F1 & F2: 1 promotiepunt
  • F3 t/m F8: 2 promotiepunten
  • F9 t/m F20: 3 promotiepunten
  • Het is mogelijk om versneld te promoveren naar een hogere F-proef zonder hiervoor alle promotiepunten te hebben behaald (bijvoorbeeld van F2 naar F4). De manegehouder/ instructeur bepaalt dit.
  • In de klassen F2, F4, F6, F8, F10, F12 en F15 mag er pas gepromoveerd worden naar de volgende klasse, zodra de bijbehorende theorietoets met succes is gemaakt.
  • Indien dit niet het geval is, mag de ruiter niet promoveren en dient deze eerst de theorietoets + bijbehorende proef te behalen, voordat de ruiter mag promoveren naar de volgende klasse.
  • Indien de ruiter nog niet toe is aan de volgende klasse, mag de ruiter er voor kiezen om in dezelfde klasse te blijven rijden, tot er 5 promotiepunten zijn behaald.
  • Na maximaal 5 promotiepunten behaald te hebben in een klasse, is men verplicht door te stromen naar de volgende klasse.
  • Er kan maximaal 1 promotiepunt per wedstrijddag behaald worden.


4.2 Diploma’s

  • Aan een aantal even proeven is een diploma verbonden.
  • Het diploma wordt toegekend indien de praktijk en de theorie (zie artikel 4.3) beiden voldoende zijn gemaakt.
  • Dit houdt in dat er in de praktijk voldoende promotiepunten zijn behaald om te mogen promoveren en dat er in de theorietoets maximaal 3 fouten zijn gemaakt.

 

4.3 Theorietoetsen

  • Bij de volgende klassen behoren theorietoetsen: F2, F4, F6, F8, F10, F12 en F15
  • Het maken van de theorietoets is verplicht en is onderdeel van het behalen van het diploma
  • Een theorietoets wordt gemaakt op de eerste wedstrijd dat een ruiter in een nieuwe klasse begint. (F2, F4.1, F6.1, F8.1, F10.1, F12.1 en F15.1)
  • Een theorietoets bestaat uit 10 meerkeuzevragen, waarbij de ruiter kan kiezen uit drie of vier antwoorden.
  • Indien de deelnemer moeite heeft met lezen, kan het theorie-examen ook mondeling worden afgenomen, geef dit van te voren even door aan het wedstrijdsecretariaat.
  • Er kan voor de toets geleerd worden aan de hand van de theorie, welke is te vinden in het boek “Leer paardrijden met plezier” (Aan te schaffen via Ruiterclub Pijnacker á €14,95 per boek). De zilveren editie (F13 t/m F15) is nog niet te koop via Ruiterclub Pijnacker.
  • Een theorietoets is behaald wanneer de ruiter maximaal 3 fouten heeft gemaakt. Indien er meer fouten zijn gemaakt, moet het theorie-examen opnieuw gemaakt worden. Indien het theorie-examen voor de tweede keer weer niet voldoende is gemaakt, moet het geheel overgedaan worden (dus de proef en het theorie-examen)
  • Over de uitslag van de theorietoets kan niet worden gecorrespondeerd.
  • Theorietoetsen mogen nadien niet meegegeven worden aan de ruiter. Wel heeft de ruiter de mogelijkheid om na afloop de toets in te zien.

 

Artikel 5: Startplaatsen, inschrijvingen, betaling, afmelden & aanwezigheid

5.1 Startplaatsen

5.1.1. Aantal startplaatsen per wedstrijd

Het wedstrijdsecretariaat bepaalt, naar omstandigheden per wedstrijd, het maximale aantal startplaatsen.

5.1.2 Aantal startplaatsen per ruiter

Een ruiter heeft recht om minimaal één keer per seizoen te starten. Een seizoen loopt van januari tot en met december.

5.2 Inschrijvingen

5.2.1. Inschrijven voor een wedstrijd

  • Per wedstrijd komt er op het evenementenbord een inschrijflijst te hangen.
  • Ruiters zijn verplicht drie keuzes in te vullen, anders wordt er door het wedstrijdsecretariaat een paard/pony toegewezen.
  • Ruiters zijn verplicht op de inschrijflijst de juiste proef in te vullen. Het te laat doorgeven van de juiste proef kan betekenen dat men niet mee kan dingen voor prijzen of promotiepunten.
  • Ruiters zijn verplicht op de inschrijflijst aan te geven of ze een theorietoets moeten maken of niet. Te laat aangeven van het maken van de toets kan invloed hebben op de aanvraag van de diploma’s.
  • Ruiters die in een paardenles rijden, zijn verplicht mee te doen in de paardenrubriek.
  • Ruiters die in een ponyles rijden, zijn verplicht mee te doen in de ponyrubriek.
  • Ruiters die in een paarden- en ponyles rijden, zijn verplicht mee te doen in de paardenrubriek.
  • Iedereen heeft het recht om minimaal één keer per seizoen te starten, indien men al eens eerder is gestart in het seizoen, dient men zich op de reservelijst (zie artikel: 5.2.2.) in te schrijven.
  • Privéruiters dienen zich aan dezelfde inschrijvingsregels te houden als de manegeruiters.

5.2.2. Reservelijst

  • Er wordt gebruik gemaakt van een reservelijst. Indien een ruiter al eens eerder is gestart in het seizoen, dient men zich in te schrijven op de reservelijst.
  • Indien er plekken open blijven op de inschrijflijst, wordt de reservelijst afgewerkt.
  • Bij iedere wedstrijd wordt er een nieuwe reservelijst opgemaakt.

 

5.3 Startlijsten

  • Een week van te voren wordt de startlijst bekend gemaakt. Deze hangt op de manege en is te vinden op de website/social media.
  • Ruilen van paard/pony kan alleen in overleg met het wedstrijdsecretariaat
  • De startlijst is te allen tijde onder voorbehoud. Indien een paard/pony uitvalt, beslist het wedstrijdsecretariaat over een alternatieve oplossing. Hierover is geen discussie mogelijk.
  • Zodra de startlijst bekend gemaakt is, is inschrijven niet meer mogelijk. Het is dan alleen nog mogelijk om te reageren op de open plekken op de startlijst.

 

5.4 Betaling

  • Iedere startende ruiter dient op de wedstrijddag 1 uur voor het losrijden het wedstrijdgeld te betalen bij het wedstrijdsecretariaat. Te laat betalen komt de ruiter op de gele kaart.
  • Het startgeld is vastgesteld op €10,00 voor alle ruiters.
  • Indien een ruiter niet betaalt, kan deze niet starten.

 

5.4 Afmelden

  • Een ruiter kan zich 8 dagen (zaterdag 23.59 uur) voor de wedstrijddatum afmelden zonder te betalen.
  • Indien de ruiter zich niet afmeldt binnen 8 dagen (zaterdag 23.59 uur), wordt het volledige startgeld (€10,-) geïncasseerd door middel van automatische incasso.
  • Indien de ruiter zich binnen 8 dagen, met een geldige reden afmeldt bij het wedstrijdsecretariaat, wordt de helft van het startgeld (€5,-) geïncasseerd door middel van automatische incasso.
  • Het wedstrijdsecretariaat beslist te allen tijde of de opgegeven reden bij afmelding een geldige reden is. Indien dit niet het geval is, zal alsnog het volledige startgeld (€10,-) geïncasseerd worden door middel van automatische incasso.
  • Afmelden dient te allen tijde te gebeuren bij het wedstrijdsecretariaat. Indien dit niet het geval is wordt het volledige startgeld (€10,-) alsnog in rekening gebracht.

 

5.5 Aanwezigheid en regels op de wedstrijddag

  • Wees minimaal 1 uur voordat het losrijden begint aanwezig, ook al moet je niet losrijden.
  • Indien je niet op tijd kan komen, meld je dit ruim van te voren bij het wedstrijdsecretariaat.
  • Kom je te laat, zonder melding aan het wedstrijdsecretariaat, dan zal je een waarschuwing ontvangen. De wedstrijd kan nog volgens de regelementen dan gereden worden.
  • Ben je binnen een wedstrijdseizoen 2x te laat dan wordt de wedstrijd BM door de desbetreffende ruiter gereden
  • Indien je 3x te laat bent binnen een seizoen zal je uitgesloten worden van de desbetreffende wedstrijd. (Vervolgens zal je weer met een schone lei beginnen).
  • Alle ruiters helpen met het opzadelen en vlechten van het paard/pony en na de gelopen proefjes helpt iedereen met het afzadelen en het na-verzorgen. Ook dienen de knotjes netjes uit de manen gehaald te worden. Indien een ruiter niet mee helpt met het verzorgen van het paard of pony kan na een waarschuwing uitgesloten worden van de wedstrijd.
  • Ruiters mogen alleen op stal aanwezig zijn als ze bezig zijn met het paard of bijna aan de beurt zijn.
  • De stalmeesters geven op tijd aan wanneer je mag beginnen met het opzadelen van je paard/pony.
  • De aanwijzingen van de stalmeesters dienen te allen tijde opgevolgd te worden, ook al ben je het er niet mee eens.
  • Het negeren van aanwijzingen van het wedstrijdsecretariaat kan uiteindelijk leiden tot uitsluiting van een wedstrijdseizoen. De waarschuwingen verlopen op dezelfde wijze als de regelgeving van het te laat komen.
  • De gevolgen van zowel het te laat komen als het niet opvolgen van de aanwijzingen/regels van het wedstrijdsecretariaat worden gecombineerd bijgehouden. (1x te laat komen zonder geldige reden en het niet opvolgen van de regels, leidt ertoe dat de wedstrijd BM wordt gereden)
  • De ruiter dient zelf een voorlezer te regelen voor zijn/haar proef.

 

Artikel 6: Indeling van rubrieken & prijsuitreiking

6.1. Indeling van rubrieken

De FNRS wedstrijden worden ingedeeld in verschillende rubrieken. De rubrieken zijn als volgt:

  • Manegepaarden
  • Manegepony’s
  • Privéruiters

6.2. Eigen paarden/pony’s

6.2.1 Meerijden met een eigen paard/pony

  • Voor ruiters met een eigen paard of pony is het mogelijk om mee te doen aan de wedstrijd. Deze worden ingedeeld in een eigen rubriek.
  • Ruiters die in het bezit zijn van aan officiële KNHS-startkaart, mogen met deze combinatie alleen BM meedoen.
  • Ruiters van buitenaf mogen meedoen met een eigen paard/pony,
  • Er zijn 10 plekken beschikbaar per wedstrijd voor de privé categorie. Eventueel opengebleven startplekken kunnen, na de verstreken inschrijftermijn, enkel worden opgevuld i.o.m. de wedstrijdleiding.
  • Privéruiters moeten te allen tijde het paspoort van zijn/haar pony/paard kunnen laten zien en voorzien zijn van geldige inentingen.

 

6.2.2. Gebruikmaken van de ring met een eigen paard/pony

Ruiters met eigen paard of pony mogen gebruik maken van de buitenbak voor het losrijden tijdens de wedstrijden. Indien het weer het niet toelaat, is er een mogelijkheid tot het losrijden in de binnenbak. Dit gebeurt altijd in overleg met het wedstrijdsecretariaat.

6.2.3. Afmelden

Het afmelden met een privépaard of pony, gebeurt volgens artikel 5.4

6.3 Prijsuitreiking

6.3.1. Aantal prijzen per rubriek

Het aantal prijzen per rubriek is:

  • Manegepaarden: maximaal 6 rozetten en per 4 starts wordt er één prijs uitgereikt.
  • Manegepony’s: maximaal 6 rozetten en per 4 starts wordt er één prijs uitgereikt.
  • Privéruiters: maximaal 6 rozetten en per 4 starts wordt er één prijs uitgereikt.

6.3.2. Ex-aequo regeling

Indien twee of meer ruiters in de proef een gelijke score hebben behaald èn in aanmerking komen voor een prijs, is de ex-aequo regeling van toepassing.

  • In de bronzen ruiteropleiding wordt er gekeken naar de punten in onderstaande volgorde.
    • De houding van de ruiter
    • De zit van de ruiter
    • Juistheid der teugelhulpen
    • Juistheid der beenhulpen

Wanneer er na deze punten nog geen verschil is in de plaatsing dan worden deze ruiters gelijk geplaatst. De volgende plaatsing wordt dan niet gegeven.

  • In de zilveren ruiteropleiding wordt er gekeken naar de punten in onderstaande volgorde.
    • Ontspanning van ruiter en paard
    • Rijvaardigheid en harmonie

Wanneer er na deze punten nog geen verschil is in de plaatsing dan worden deze ruiters gelijk geplaatst. De volgende plaatsing wordt dan niet gegeven.

Over de uitslag van het tussenklassement kan niet worden gecorrespondeerd.

6.3.3. Buiten Mededinging

Ruiters die een hogere of lagere proef rijden om te oefenen, hebben geen recht op een prijs. Deze ruiters doen mee buiten mededingen. Dit dient aangegeven te worden op de inschrijflijst.

Indien een ruiter zich twee keer aanmeldt om te starten, zal één proef buiten mededinging zijn. Voor deze proef maakt de ruiter geen kans op een prijs. Geef hierbij duidelijk aan welke proef buiten mededinging gestart zal worden.

 

 

FNRS WEDSTRIJDREGLEMENT

AANVULLING A-PROEVEN

RUITERCLUB PIJNACKER

April 2014

 

Deze aanvulling is speciaal bedoeld voor het rijden van de A-proeven. Het officiële FNRS wedstrijdreglement is samen met deze aanvulling van toepassing voor de A-proeven. Mocht er in het FNRS wedstrijdreglement wat anders van toepassing zijn, gaat deze aanvulling voor.

Aanvulling Artikel 3: Proef versies & instromen

  • De A-proeven kennen verschillende versies. Er mag bij de A-proeven ingestroomd worden tot en met de A6.

Aanvulling Artikel 4: Promovering, diploma’s & theorietoetsen

  • De A-proeven kennen een andere puntentelling dan de reguliere puntentelling. De puntentelling is als volgt:
  • < 156: geen promotie
  • 156 en > : 1 promotiepunt
  • De promovering vindt plaats bij het volgende aantal promotiepunten:
  • A1 & A2: 3 promotiepunten
  • A3 t/m A8: 4 promotiepunten
  • A9 en hoger: 5 promotiepunten
  • Er zit geen limiet aan het aantal promotiepunten om verplicht door te promoveren.
  • Bij de even proeven (A2, A4, A6, A8 etc.) krijgt men bij de laatste verplichte promotiepunt een diploma. Hiervoor hoeft geen theoretisch examen gemaakt te worden.
  • Vanuit de A-proeven kan ook doorgestroomd worden naar de F-proeven.

 

Aanvulling Artikel 5: Startplaatsen, inschrijvingen, betaling, afmelden & aanwezigheid

  • Men kan zich inschrijven voor de A-proeven, indien dit vermeld staat op de inschrijflijst.
  • Men kan zich dan inschrijven op de reguliere inschrijflijst.

 

Aanvulling Artikel 6: Indeling van rubrieken & prijsuitreiking

  • Voor de A-proeven is een aparte rubriek. Dit betekent dat er een aparte prijsuitreiking zal plaatsvinden na de laatst gereden A-proef.
  • Het aantal prijzen voor de A-proeven zijn als volgt vastgesteld:
  • Maximaal 6 rozetten en per 4 starts wordt er één prijs uitgereikt.